Der müde Tod (Fritz Lang, 1921)

De dood is doodop door de minachting die iedereen voor zijn harde arbeid heeft. Hij is het spuugzat om altijd maar weer het grote ‘nee!’ aan het leven te verkopen. Daarom maakt in Fritz Langs Der müde Tod een softe transformatie door. Op het moment dat hij een man op komt halen voor een enkeltje naar het hiernamaals blijft zijn wederhelft radeloos achter. Ze smeekt de dood om de terugkeer van haar geliefde. De vermoeide dood toont sympathie en biedt haar een kans – wanneer ze één van de drie gedoemde zielen van de ondergang redt, krijgt haar man het leven terug. Er volgen drie korte verhalen met een gelijke uitkomst: de dood.

De noodlottige liefde

De vrouw uit het verhaal wordt aanvankelijk neergezet als een oppervlakkig poppetje en dient slechts als opstap voor drie ogenschijnlijk willekeurige verhaaltjes binnenin het overkoepelende narratief. Maar in feite draait het in elke verhaallijn om dezelfde liefde, zij het dat het steeds plaatsvindt in een andere setting. Niet voor niets kiest Lang voor precies dezelfde acteurs in de drie verhalen.

In het Midden-Oosten-verhaal is prinses Zobeide verzot op een afvallige, maar haar jaloerse broer steekt hier een stokje voor en laat hem na een paar snelle achtervolgingsscènes levend begraven. In het Renaissance-verhaal aanbidt de ridderlijke Giovan Fransesco de appetijtelijke Fiametto, maar de boze tiran Girolamo laat haar via een slinkse list haar eigen lover doodsteken. Het Chinese verhaal tot slot toont twee tortelduifjes en hun tovenaarsmeester op een vliegend tapijt, op reis naar de keizer om daar magie te tonen. Ook hier komt een van de geliefden op naargeestige wijze aan zijn eind. Elk verhaaltje drukt, naast een uniek genre – avonturenfilm, kostuumdrama en komedie -, de liefde uit, die naast verboden en onmogelijk ook nog eens noodlottig blijkt te zijn.

De dood als emo

Aan het eind van de drie verhalen lijkt de vrouw haar kans niet te hebben benut. Toch toont de dood zich alsnog van zijn meest amicale kant. Ze krijgt een uur de tijd om een offer te brengen, die vervolgens met de terugkeer van haar man kan worden bezegeld. Haar poging faalt. Ze is de wanhoop nabij en biedt tot slot haar eigen lijf aan. De dood is hier zo erg van gecharmeerd, dat hij voor beide arme zielen het onprettige noodlot teniet doet. Met een arm om hun schouders loopt hij gemoedelijk de horizon tegemoet. Koetsjie, koetsjie, koetsjie.

De dood als schaker is nog tot daaraan toe, maar in de regel heb ik het niet zo op de personificatie ervan. Al helemaal niet als hij wordt behept met gevoelens als empathie. Desondanks maakt Lang er in dit romantisch spektakel geen potje van, integendeel. Of het nu de afwezigheid van histrionisch acteerwerk is of de overtuigende invulling van de vrouw, de dood als emo behoudt z’n geloofwaardigheid.