Zorns Lemma (Hollis Frampton, 1970)

Zorns Lemma is het structuralistische meesterwerk van avant-gardist Hollis Frampton. In minder dan een uur tijd wordt een zich steeds herhalende stroom aan woorden geprojecteerd. Deze stroom voltrekt zich volgens de orde van het alfabet, want elk woord is gekoppeld aan een specifieke letter. Na verloop van tijd worden de woorden vervangen door ‘betekenisloze’ beelden. In dit geheugenspel is het de taak van de kijker om het beeld te verbinden aan de oorspronkelijke letter. Klinkt misschien saai maar is het niet! Lees hier verder!

Der müde Tod (Fritz Lang, 1921)

De dood is doodop door de minachting die iedereen voor zijn harde arbeid heeft. Hij is het spuugzat om altijd maar weer het grote ‘nee!’ aan het leven te verkopen. Daarom maakt in Fritz Langs Der müde Tod een softe transformatie door. Op het moment dat hij een man op komt halen voor een enkeltje naar het hiernamaals blijft zijn wederhelft radeloos achter. Ze smeekt de dood om de terugkeer van haar geliefde. De vermoeide dood toont sympathie en biedt haar een kans – wanneer ze één van de drie gedoemde zielen van de ondergang redt, krijgt haar man het leven terug. Er volgen drie korte verhalen met een gelijke uitkomst: de dood. Lees hier verder!

Europa ’51 (Roberto Rossellini, 1952)

De stedelijke ruïne is in het naoorlogse Rome van Europa ’51 op zijn retour, maar nog altijd is er sprake van socio-economische ellende. Irene Gerard (Ingrid Bergman) heeft hier echter geen last van. Zij behoort tot de bourgeoisie en staat in haar luilekkerland mijlenver van de armoedige arbeiders af. Plotsklaps pleegt haar zoontje echter zelfmoord. Lees hier verder!

Shadows of Forgotten Ancestors (Sergei Parajanov, 1965)

Veel historische films – zeker in de categorie ‘epische oorlogsfilm’ – compenseren het gebrek aan feitelijke nauwkeurigheid met een sterke emotionele authenticiteit. De film hoeft niet per se vast te houden aan elk historisch feitje, zolang hij er maar in slaagt over te kunnen brengen hoe het leven er toentertijd ‘werkelijk uit had kunnen zien’. Toedeledokie ‘history’, welkom ‘story’. Maar hoe goed die films een bepaalde periode in de regel – lang leve de generalisering – ook weergeven, vaak schemert het heden er spijkerhard doorheen. Lees hier verder!

Where is the Friend’s Home? (Abbas Kiarostami, 1987)

Where is the Friend’s Home? biedt een blik op het leven van het Iraanse platteland door de ogen van Ahmed, een jochie van acht. Via hem kijken we naar de hiërarchische verhoudingen tussen ‘de volwassene’ en ‘het kind’. Juist omdat de focus bij het kind ligt, zou je verwachten dat er een duidelijke kritiek op deze relatie naar voren komt. Maar deze kritiek verschuilt zich dan wel héél subtiel, want ik heb ‘m niet een-twee-drie kunnen spotten. Lees hier verder!

Two-Lane Blacktop (Monte Hellman, 1972)

Two-Lane Blacktop is overduidelijk een exponent van de seventies en neemt in het kielzog van Easy Rider (1969) een belangrijke plaats in te midden van roadmovies zoals Five Easy Pieces (1970), Zabriskie Point (1970), Duel (1971) en Badlands (1973). Hoewel racewagens en uitgestrekte wegen belangrijke elementen zijn, probeert Monte Hellman echter met alle macht niet te voldoen aan de conventies van de roadmovie. In plaats van sprankelende races over het bloedhete asfalt, krijgen we hier te maken met de zielenroerselen van de racers. Gladde gasten en hitsige cockpitbimbo’s maken plaats voor stoners en een hippiemeisje. Lees hier verder!